Psalm 73

Wat is God goed voor Israël!
Wie eerlijk leeft, ziet dat al snel.
En toch begon ik te ontsporen,
ik had het zicht op God verloren.
Geluk ontdekte ik alleen
bij trotse mensen om mij heen.
Ik dacht, door jaloezie verblind:
wie slecht is gaat het voor de wind.

Hun leven loopt tot aan hun dood
plezierig, zonder slag of stoot.
Het is alsof ze altijd zweven
en zonder zorgen zalig leven.
Ze zijn gezond en goed doorvoed.
Ze doen zich mateloos tegoed.
Ze worden voor de pijn bewaard
die anderen niet blijft bespaard.

Ze trekken haat en hoogmoed aan
als kleren die hun sprekend staan.
Hun taal is niet om aan te horen,
het klinkt bedreigend in de oren.
Hun ogen puilen uit hun hoofd,
door arrogantie uitgedoofd.
Ze vloeken, kijken keer op keer
hooghartig op de mensen neer.

Gods eigen volk geeft hen hun zin!
Ze drinken al hun woorden in.
Ze gaan er zelf nog in geloven:
‘God weet van niks, die zit daarboven!’
Ziehier de slechtheid van de mens.
Gemak en rijkdom is zijn wens.
Niets raakt hem, brengt hem van zijn stuk:
‘Het leven draait om mijn geluk.’

Ikzelf hield mijn geweten rein.
Maar dat leek tevergeefs te zijn.
Waarom nog op mijn tellen passen,
in onschuld nog mijn handen wassen?
Dag in dag uit werd ik gestraft,
voor gek verklaard en afgeblaft.
Maar stel dat ik zo sprak als zij,
wat had uw volk dan nog aan mij?

Ik wou graag dat ik het doorzag,
er niet meer zo van wakker lag.
Ik bleef maar op een antwoord wachten,
had heel wat slapeloze nachten.
Totdat ik naar Gods tempel ging
en daar de oplossing ontving:
‘Kijk goed! Hoe loopt het met hen af?
Pas aan het eind volgt zware straf.’

U maakt hun einde vreselijk,
angstwekkend en verschrikkelijk!
Hun pad wordt glibberig en slopend,
u maakt het eindig en doodlopend.
Zoals een mens zijn droom vergeet,
er na de nacht niets meer van weet,
zo gaat hun beeld aan u voorbij.
U zet hen achteloos opzij.

Wat was ik in mezelf gekeerd,
verbitterd en geïrriteerd!
Ik heb me als een beest gedragen:
zo ondoordacht en doorgeslagen.
Maar, God, u nam mij bij de hand.
Zo sta ik nu weer aan uw kant.
U bent het die mij helpt met raad,
mij straks met glorie overlaadt.

Ik weet waar ik het zoeken moet!
Wie is als u, wie is zo goed?
Ik ken mijzelf in al mijn zwakte.
Mijn God is sterk, geeft nieuwe krachten.
Maar wie niet met u leven wil,
verdwijnt, zijn leven valt doodstil.
Voor wie niet meer in u gelooft:
zijn licht zal worden uitgedoofd.

Bij u te zijn geeft zekerheid.
God is mijn ziel en zaligheid!
Van hem vertel ik onomwonden.
In hem heb ik mijn rust gevonden.

Eer aan de Vader en de Zoon,
eer aan de Geest die in ons woont.
Hij redt ons, hij is onze Heer.
Drie-enig God, aan u de eer!


Reageer op deze Psalm

Uw naam (verplicht)

Uw e-mailadres (verplicht)

Onderwerp

Uw bericht

 


Delen: