Psalm 41

Gelukkig is wie hart voor armen heeft,
want als hij wordt bedreigd,
belooft de HEER dat hij het overleeft,
dat hij bescherming krijgt.
Hij zal een zegen zijn voor heel het land:
‘U laat hem niet alleen.’
De HEER staat bij het ziekbed aan zijn kant:
‘U brengt hem op de been.’

‘Wees mij genadig, maak mij weer gezond.
Ik heb gezondigd, HEER.’
Mijn vijanden vertellen listig rond:
‘Wanneer is hij niet meer?’
En wie mij opzoekt, praat mij naar de mond
maar heeft een duister hart.
Want als hij weggaat en weer buiten komt,
maakt hij mij zwak en zwart.

Ze hopen er, vol haat, het ergste van.
Gefluisterd wordt gewed:
‘Een dodelijke ziekte houdt die man
gekluisterd aan zijn bed.’
Mijn beste vriend met wie ik altijd at,
heeft naar me uitgehaald.
Wees mij genadig, HEER, geef nieuwe kracht.
Ik zet het hun betaald.

Omdat mijn vijand vastloopt in de strijd
weet ik: u houdt van mij.
U staat mij bij om mijn integriteit
en plaatst mij aan uw zij.

Gezegend en geprezen is de HEER,
de God van Israël,
eeuw in, eeuw uit, voor eeuwig, altijd weer!
Amen, ja, a-amen!


Reageer op deze Psalm

Uw naam (verplicht)

Uw e-mailadres (verplicht)

Onderwerp

Uw bericht


Delen: