Psalm 36

De zonde spreekt de zondaar aan.
Zijn hart blijft ervoor openstaan.
God houdt hij niet voor ogen.
Hij houdt zichzelf voortdurend voor:
‘Geen mens heeft ooit mijn slechtheid door.’
Het kwaad blijft hij gedogen.
Hij liegt en lastert als hij praat.
Voor wijsheid of een goede daad
staat hij totaal niet open.
Altijd is hij op onrecht uit.
In bed al neemt hij het besluit
het kwaad niet te ontlopen.

Uw liefde, HEER, gaat hemelhoog.
Uw trouw reikt tot de regenboog.
Uw recht staat als de bergen.
Uw inzicht is oneindig diep.
U redt de mensen die u schiep
en blijft het dier beschermen.
Uw liefde is zo kostbaar, God!
De mensheid neemt haar toevlucht tot
de schaduw van uw vleugels.
Bij u doen mensen zich tegoed.
U lest hun dorst met overvloed,
zij delen in uw vreugde.

HEER, in uw licht zien wij het licht.
Het straalt met glans van uw gezicht.
Bij u ontspringt het leven.
Blijf liefdevol voor wie u kent,
Doe recht aan wie zich consequent
en eerlijk aan u geven.
Voorkom dat trots mij grijpen zal,
dat ik in slechte handen val,
zodat ik rond moet zwerven.
Zie hen daar liggen – aangedaan,
niet meer in staat om op te staan,
gevallen om te sterven.


Reageer op deze Psalm

Uw naam (verplicht)

Uw e-mailadres (verplicht)

Onderwerp

Uw bericht

 


Delen: